Verstopte afvoer

Een handgeschreven briefje hangt met plakband aan de binnenzijde van de deur van de personeels-WC. ‘WC-papier in afvalemmer gooien. Er is waarschijnlijk een verstopping op komst.’ Ik lees het twee keer. Het eerste deel van de tekst vind ik ronduit smerig. Een blik op de afvalbak leert dat desondanks een aantal mensen gehoor geeft aan het verzoek. De stank valt verrassend genoeg mee. Het tweede deel van de boodschap intrigeert me. Waarschijnlijk een verstopping op komst. Wat bedoelt de schrijver? Een verstopping lijkt me een binair iets: die is er wel of niet. Een beginnende verstopping is een verstopping. Het onderliggende probleem gaat meestal niet vanzelf weg. Juist in een vroeg stadium is snel actie nodig om het op te lossen en verdere schade en overlast te voorkomen. En dan bedoel ik niet het advies om geen pleepapier meer in de pot te gooien.

Een dag later stroomt de toilet bijna over als ik doorspoel. Van collega’s begrijp ik dat de patiëntentoiletten in de wachtkamer en de wasbakken ook last hebben van de verstopte afvoer. ‘Het was gemeld begreep ik’, zegt de doktersassistente. ‘Er zou iemand een afspraak maken met een loodgieter.’ Twee uur later sta ik in mijn spreekkamer te dweilen en vraag me vloekend af waar die blijft.

Diezelfde middag spreek ik een huisarts met wie ik regelmatig samenwerk over de behandeling van een gezamenlijke patiënt. Ik ken haar als een heel betrokken dokter die altijd een stap extra zet voor haar patiënten. Maar vandaag is ze de wanhoop nabij. ‘Het is niet meer te doen, zeker niet als praktijkhouder. De huisartsenzorg is het afvoerputje van de gezondheidzorg in Nederland. De boel raakt volledig verstopt. Jouw GGZ-sector bijvoorbeeld dumpt de moeilijkste patiënten bij ons met de mededeling dat zij er weinig mee kan. Wij mogen het als huisartsen uitzoeken. Overal zijn wachtlijsten of aanmeldstops.’ Ze overweegt steeds vaker haar stethoscoop aan de wilgen te hangen.
De afgelopen acht jaar doe ik eenmalige consultaties voor haar als ze echt niet meer weet wat ze met iemand moet. Ik lever dan een plan van aanpak voor de behandeling van haar patiënt in de wachttijd voor de GGZ. Ik slik en voel me bezwaard dat ik niet meer kan doen voor haar en haar collega’s.

Ze vervolgt: ‘Weet je dat we als huisartsen zelf de triage op de huisartsenpost moeten doen deze zomer? Er zijn onvoldoende triagisten. Die zijn allemaal omgevallen in de coronadrukte of ze willen eindelijk weer een keer op vakantie. Dus nu moet ik extra diensten draaien. Ik zie steeds meer collega’s die het voor gezien houden. Het failliet van dit gezondheidszorgsysteem is in aantocht. Het lukt maar niet om de mensen die aan de knoppen kunnen draaien, dát in te laten zien.’

Soms komen de metaforen vanzelf naar de schrijver toe. Huisartsen de triage laten doen op de huisartsenpost in plaats van triagisten, is als pleepapier niet langer in de pot gooien. Het is een schijnoplossing die het moment van overstroming uitstelt maar niet afwendt.

Ik heb spijt dat ik vanmorgen niet naar de directeur van het gezondheidscentrum ben gelopen. Ik had me ervan moeten vergewissen dat de urgentie van dit probleem helder is en dat een concrete oplossing in de maak is. Ik liet me gerust stellen door de assistente die zei dat ze dacht dat het gemeld was. Als ik de analogie doortrek dan realiseer ik me dat we als medisch specialisten achter onze huisartsen moeten gaan staan. Het overgrote deel van de kwalitatief hoogstaande zorg in Nederland wordt door huisartsen geleverd voor een fractie van het totale gezondheidszorgbudget. We kunnen niet zonder hen. De komende jaren gaan veel huisartsen die fulltime werken met pensioen. Als de jonge(re) garde afhaakt omdat het niet meer te doen is, dan is de schade voor ons gezondheidszorgsysteem niet te overzien.

Het is te laat om te vertrouwen op ‘het is geloof ik gemeld’. Nog even en we staan allemaal te dweilen. De verstopte afvoer is niet het probleem van de huisartsen, het is het probleem van ons allemaal.

1 reactie op “Verstopte afvoer”

  1. “Er is waarschijnlijk een verstopping op komst.” Het doet denken aan een weersverwachting.

    De boodschap dat er iets mis is met de manier waarop wij in NL de zorg regelen is helder.
    Analoge verhalen lees ik over het onderwijs. Jammer dat we als maatschappij niet over een soort resetknop beschikken. En dat we daarna de maatschappij opnieuw kunnen inrichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *