Het is zondag. Alles is mogelijk want de geplande wandeling met Lies gaat niet door. Niemand verwacht wat van mij vandaag. Dat is het allermooiste cadeau dat ik me kan indenken. Vrije ruimte, de belofte van wat zou kunnen zijn. Als lenteknoppen die op springen staan. Ik verheug me.

Maar zie me hier nu zitten. Nog geen uur nadat Lies appte dat ze toch andere plannen had gemaakt. Ik heb de eettafel ingenomen met alles wat ik zou kunnen en willen doen. De zaterdagkrant. Een studieboek voor mijn werk over traumabehandeling. Big magic, een boek over de kunst van creatief leven dat ik voor een cursus moet lezen. Mijn dagboek. Een schrijfopdracht. Een idee voor een column.
Straks zal ik balen dat er zo weinig uit mijn handen kwam.
Dan had ik beter toch kunnen gaan sporten. Of wandelen. Of met de honden trainen. Een goed gesprek met mijn man voeren. Mijn ouders bellen. Of mijn belangstelling tonen voor Temptation Island waar mijn pubers naar kijken. Hoewel, dat laatste betreur ik eigenlijk niet.
Zoveel te doen. Altijd. Zolang ik me herinner.
Verstond ik maar de kunst om me te vervelen. Om overdag op bed te gaan liggen. Luisteren naar een boek of gewoon slapen. Zoals mijn man. Die is daar heel goed in. Dat is al bijna dertig jaar een eigenschap waaraan ik me irriteer. Ook niet de oplossing van mijn probleem dus.
Ik zou de innerlijke rust willen hebben van een zenboeddhist. Accepteren dat wat ik allemaal wil in mijn leven niet realistisch is. Ik zou kiezen voor wat ik echt wil op basis van mijn diepste verlangens en de rest loslaten. Ik zou verdragen dat dat onrust geeft, maar die onrust niet de kans geven om me van mijn pad te lokken.
Zucht. Nog veel te doen voor ik daar ben.