Een van de thema’s waar ik me druk over gemaakt heb (en nog steeds) zijn de enorme wachtlijsten in de GGZ. Deze blog verscheen in juli 2023 op Medisch Contact. Enkele maanden later legde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) twee zorgverzekeraars een formele maatregel op voor het niet nakomen van hun zorgplicht.
Categorie: psychiatrie
-
Betaal artsen om niets te doen
Deze blog was het Masterpiece van mijn opleiding wetenschapsjournalistiek bij SCW. Het is begin 2024 verschenen op de website van Medisch Contact.
-
Je kan beter kanker hebben dan een depressie
In 2024 ben ik heel ziek geweest. Daardoor is het een tijd heel stil geweest op deze site. In de tussentijd schreef ik af en toe een stukje. Deze wil ik jullie niet onthouden. Hij verscheen in november 2024 op Medisch Contact.
-
Boksen na kanker
Over hoe anders er naar herstel gekeken wordt na kanker of psychische stoornissen. Op Medisch Contact verscheen deze blog onder een andere titel.
-
Hij liet ons zien hoe je een dokter moet zijn
Een in memoriam voor een van mijn grote voorbeelden: Jan van Gijn. Klik hier om de blog op de site van Medisch Contact te lezen.
-
Moed der wanhoop
Op een houten katheder bij de uitgang liggen twee A4-tjes. Een open brief, gericht aan iedereen die aanwezig is op zijn crematie. Zijn beslissing was weloverwogen schreef hij. Na zijn scheiding en verhuizing naar een woongroep namen de oncontroleerbare gedachten in zijn hoofd verder toe. In de weken voor zijn daad vroeg hij zijn nieuwe behandelaren of euthanasie een optie was. Het antwoord: ‘Dat gaat niet zomaar. Het is een lang traject, met lange wachtlijsten.’
Hij koos een plek aan de waterkant, bij een verlaten plas. Een wandelaar vond hem. Hoe was die laatste dag? Gaf de wetenschap dat het lijden zou stoppen hem rust? Zijn telefoon liet hij thuis, zodat niemand hem kon zoeken. Hij nam paracetamol tegen de pijn en sneed zijn pols open met een keukenmes. In de lengte. Hoe lang duurt het dan nog voordat je dood bent?

Zijn uitvaart – wrang genoeg op Wereldsuïcidepreventiedag – was druk bezocht. Een mooie maar ook bevreemdende bijeenkomst. Vrienden schetsten een beeld van hem dat ik niet herkende uit onze gesprekken. Hij had een leven hooggehouden waar ik geen weet van had. En omgekeerd: veel aanwezigen kenden de ernst van zijn schizo-affectieve stoornis niet. Zij hadden geen idee wat er van hem overbleef als hij thuis weer wegzonk in apathie en somberheid, waar zijn gezin al jaren mee leefde.
Een paar dagen voor de uitvaart zocht ik P op. Zijn vriendin overleed kort daarvoor door euthanasie. Ook zij was langdurig mijn patiënt geweest. P vertelde over de laatste maanden. De moeizame zoektocht naar iemand die het euthanasietraject over kon nemen toen ik ziek werd. De angst dat dat niet zou lukken. En de vrees voor het antwoord op de vraag: wat dan? De opluchting was groot toen een gewaardeerde collega bereid was haar euthanasie te verlenen. Ze nam afscheid van wie belangrijk voor haar was. Hij wees naar de bank in hun woonkamer. Daar was het gebeurd. Vredig, in rust. Hij beschreef de blik die ze uitwisselden vlak voor ze stierf. En hoe het toen heel snel ging.
Met de moed der wanhoop hielden deze twee patiënten het leven jarenlang vol. Voor beide werd de dood de enige uitweg. Maar waar hij overleed in eenzaamheid en pijn, stierf zij in nabijheid en rust. Op 10 september, Wereldsuïcidepreventiedag, denk ik aan hen. En aan iedereen die achterbleef.
-
Een hoogleraar onwaardig
Het is in 2024 nogal stil geweest op mijn site. Ik bleek begin februari keelkanker te hebben en ben van de behandeling maanden heel ziek geweest. Begin augustus kon ik me weer ergens over opwinden. Dat werd een blog op Medisch Contact: Een hoogleraar onwaardig.
-
I have a dream
Deze column is in juni 2022 gepubliceerd in het tijdschrift De Psychiater
Met de moves van een ninja en de timing van een streaker spring ik het podium op. Het is donderdag, de drukste dag van het Voorjaarscongres in het MECC. De overdracht van het voorzitterschap van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie gaat zo plaatsvinden. De rode stoelen van Auditorium I en II zijn tot de nok gevuld met collega’s. Ik hoor mijn eigen hartslag terwijl ik met kordate pas richting de dagvoorzitter beweeg.
‘Gun mij twee minuten’, zeg ik tegen haar. Iemand met gezag gebaart: laat haar maar even begaan. Ik pak de microfoon en het geroezemoes dooft.
‘Elnathan.’ Ik zoek zijn blik op de eerste rij. ‘Ik wil je mijn excuses aanbieden. Wat heb ik je onderschat toen je onze voorzitter werd. Ik schaam me voor wat ik dacht drie jaar geleden. Verfrissend, voor het eerst geen hoogleraar. Maar een volstrekt onbekende gast uit Deventer… Naïef type. Daar gaan we de oorlog ook niet mee winnen. Wat zat ik ernaast. 2020 was het begin van een vloedgolf aan uitdagingen die we dit millennium nog niet meemaakten. De pandemie ontregelde onze maatschappij. De coronamaatregelen met de lockdowns gaven een explosie van mentale problemen, ook bij kinderen en jongeren. Jij stond er en was zichtbaar door ingezonden stukken, liveoptredens in talkshows en het gezamenlijke initiatief tegen de schoolsluiting.’ Instemmend applaus zwelt aan vanuit de zaal.
Als het weer stil is, ga ik verder. ‘Het belangrijkste is dit. Het ging geen moment om jouw ego. Het ging altijd alleen om de zaak. Dat was het werkelijk verfrissende. Ik wil je bedanken Elnathan. Voor het eerst sinds jaren voelde ik me als psychiater vertegenwoordigd in het publieke debat. Met jouw invulling van het voorzitterschap gloort er hoop. Het Voorjaarscongres en het voorzitterschap van de NVvP worden gedomineerd door psychiaters uit de Academie. De ruimte voor bijdragen over ons specialisme is op dit congres versmald tot bijdragen door wetenschappelijk actieve vakgenoten.
Oké, de NVvP ís een wetenschappelijke vereniging. Maar gaat het in ons prachtige ambacht niet ook over vragen en ontwikkelingen die niet in cijfers te vangen zijn? Waar wisselen we zorgvernieuwingen uit die op kleine schaal plaatsvinden? Waar ontmoeten we elkaar om te discussiëren over onze opstelling in het maatschappelijke debat? Over onze verantwoordelijkheid bij wachtlijsten, de dominantie van zorgverzekeraars, het panacee passende zorg of euthanasie in de psychiatrie?Ik heb een voorstel. Laten we voor de organisatie van het Voorjaarscongres een of twee Elnathan look alikes toevoegen aan de Commissie Wetenschappelijke Activiteiten. Deze psychiaters hebben als taak te waken voor een verbreding van het aanbod op het congres. Zodat ook psychiaters zonder statistische data in hun verhaal wat te brengen en te halen hebben.’
Een daverend applaus barst los. Het MECC verandert in het Britse Lagerhuis. Voeten stampen op de tribunes. Bravo’s en boe’s verdringen elkaar. Ik werp Elnathan een kushand toe en geef de microfoon weer aan de dagvoorzitter. Ik knipoog. ‘Als je niemand kan vinden, mag je me bellen’, fluister ik.
-
Gelukkig spoort mijn psychiater zelf ook niet
Als psychiaters open zijn over hun eigen psychische aandoening kan dat patiënten helpen, blijkt uit onderzoek. ‘Hij was de eerste bij wie ik geen schaamte voelde. Hij is namelijk net zo gek.’
Antoinet Oostindiër is psychiater en directeur van AerreA, een GGZ-instelling speciaal voor zorgprofessionals. ‘In het begin van mijn carrière vertelde ik soms aan het eind van een behandeling iets over mijn eigen ervaring. Dan zei die patiënt: “Wat jammer dat je dat nu pas vertelt. Ik had al het gevoel dat je wel heel veel erover wist.” Nu ben ik veel opener. Maar nog steeds voel ik mij een slechtere dokter omdat ik ook iets mankeer.’
Psychische aandoeningen komen ook voor onder psychiaters. Deze ervaringskennis kan behandelingen verrijken, blijkt uit het promotieonderzoek van sociaal wetenschapper Simona Karbouniaris. Maar in de praktijk is het een zeldzaamheid als een psychiater deze eigen ervaring professioneel gebruikt. In haar onderzoek ging ze op zoek naar de barrières.
Moed
Ze onderzocht hoe sociaal werkers, verpleegkundigen en psychiaters eigen ervaringen met psychische stoornissen in hun werk uitdragen. Karbouniaris vond grote verschillen. ‘Voor verpleegkundigen en sociaal werkers is dat veel gewoner dan voor de psychiaters. Het beeld in de geneeskunde is zwart wit. Patiënten zijn ziek en hebben hulp nodig. Dokters zijn gezond en hebben expertise. Voor een psychiater komt daar het stigma op psychische aandoeningen nog bij. Dat maakt het extra moeilijk om open te zijn. Daar is echt moed voor nodig.’Een oogarts met een bril, daar vindt niemand wat van. Maar een psychiater met een dwangstoornis komt op tv.
Menno Oosterhoff, psychiaterMenno Oosterhoff is zo’n moedige psychiater. ‘Ik ging richting het eind van mijn carrière toen ik in 2014 mijn blog publiceerde Volgens mij heeft die man het zelf ook. Ik had weinig te verliezen want mijn dwangstoornis beïnvloedde mijn functioneren nauwelijks.’ Hij wil zijn kennis over dwang voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar maken. In het boek Vals alarm schreef hij over zijn eigen ervaringen. ‘Dat ik open was over mijn dwangstoornis kreeg veel aandacht. Een oogarts met een bril, daar vindt niemand wat van. Maar een psychiater met een dwangstoornis komt op tv.’
Als psychiaters hun ervaringskennis wel delen dan levert dat niet altijd positieve reacties van vakgenoten op. Aan het eind van haar opleiding tot psychiater moest Oostindiër een verkrachter in de isoleercel beoordelen. Ze zei tegen haar supervisor dat ze dat niet wilde. ‘Ik vertelde dat ik zelf een verkrachting heb meegemaakt. Die man heeft de beoordeling toen voor mij gedaan maar er nooit meer iets over gezegd. Nu maakt me dat boos maar destijds vooral onzeker.’

Het Trimbos-instituut onderzoekt in het NEMESIS-onderzoek periodiek de psychische gezondheid in Nederland. In de laatste editie uit 2022 blijkt dat 48 procent van de Nederlanders ooit in het leven een psychische stoornis doormaakt. ‘Dat is bijna de helft’, zegt Antoinet Oostindiër. ‘We weten niet hoeveel psychiaters zelf een psychiatrische diagnose hebben. Maar de cijfers over artsen, klinisch psychologen en verpleegkundigen laten zien dat psychische aandoeningen bij zorgverleners nog vaker voorkomen dan in de algemene bevolking.’
‘Je ziet dat mensen die voor de zorg kiezen vaker zelf dingen hebben meegemaakt. Ook bepaalde karaktertrekken zoals perfectionisme of zelfopoffering komen veel voor bij zorgmedewerkers. Daardoor zijn ze minder goed in gezonde grenzen stellen. Dat kan tot psychische problemen leiden.’
Taboe
Wat heeft een patiënt eraan als de psychiater psychische klachten uit eigen ervaring kent? Catharina is zo’n patiënt: een dertiger met een hardnekkige dwangstoornis. ‘Mijn vader las een interview in de Groene Amsterdammer. Hij zei: “Hé Catharina, dit gaat over een psychiater die zelf een dwangstoornis heeft. Is dat niet iets voor jou?” Zo kwam ik bij Menno Oosterhoff terecht. Hij was de eerste bij wie ik geen schaamte voelde. Ik durfde alles te vertellen.’ Catharina grinnikt. ‘Hij is namelijk net zo gek.’ Karbouniaris vindt dit een mooi voorbeeld van wat er gebeurt als een psychiater open is over de eigen kwetsbaarheid. ‘Dat normaliseert, doorbreekt het taboe en maakt de zorg menselijker.’Ervaringskennis is trouwens niet hetzelfde als zelf patiënt zijn of iets persoonlijks met een patiënt delen, benadrukt Karbouniaris. ‘Het gaat over hoe je de weg uit je eigen ontwrichting hebt gevonden. Over de veerkracht die je hielp om door te gaan. Dat is individuele ervaringskennis. Als je vervolgens samen met anderen daarop reflecteert, zie je vergelijkbare thema’s. Deze vorm van collectieve ervaringskennis is nog nauwelijks aanwezig bij psychiaters. Daar is een training van een jaar of begeleide intervisie voor nodig’.
‘Wat helpt is dat mijn psychiater ondanks zijn dwangstoornis veel heeft bereikt.’
CatharinaVerder is er de wijdverbreide overtuiging onder psychiaters dat het niet hoort om je eigen ervaringen te delen met een patiënt. Dat psychoanalytische idee is achterhaald volgens Karbouniaris. ‘Het staat ook niet in richtlijnen.’ Oosterhoff vult aan: ‘Psychiaters leren tijdens hun opleiding over de juiste balans tussen afstand en nabijheid in het contact met hun patiënten. Maar de nadruk ligt toch meer op die afstand.’
Onduidelijkheid
Catharina ziet wel een risico voor patiënten. ‘Het contact met mijn psychiater was heel gelijkwaardig. Soms leek het op lotgenotencontact. En als ik zag dat hij zichzelf overvroeg, dan probeerde ik hem minder te belasten.’ Psychiater Oostindiër ziet dat gevaar ook. ‘Dat is nooit de bedoeling! Als je je herkent in je patiënt en overbetrokken raakt, kan de afstand te klein worden. Een patiënt moet niet voor jou gaan zorgen.’ Ook in het onderzoek van Karbouniaris waarschuwden sommige patiënten voor een onduidelijke rolverdeling. ‘Het is dus belangrijk om eerst te leren hoe je als psychiater op een professionele manier je ervaringskennis inzet’ zegt ze. ‘En daarna moet je gezamenlijk erop blijven reflecteren.’Oosterhoff begrijpt goed dat collega’s vaak aarzelen of ze open moeten zijn over hun eigen aandoening. ‘Het hóeft niet. Maar als je het wil, zou ik voorzichtig beginnen. Door je ervaring te delen in je team draag je bij aan een klimaat van meer acceptatie en tolerantie’. En zijn voormalige patiënt Catharina sluit af: ‘Wat helpt is dat mijn psychiater ondanks zijn dwangstoornis veel heeft bereikt. Hij heeft geleerd ermee te leven. Ook mijn dwangprobleem hoeft dus niet volledig weg. Het moet leefbaar zijn. Dat besef geeft me zoveel ruimte!’
De naam Catharina is gefingeerd vanwege privacyredenen.
-
Nog heel even en dan ben ik er weer
Een jaar geleden was alle plezier in mijn vak verdampt. De tube was leeg: ik had te lang, te hard en te veel in mijn eentje gewerkt. Afstand had ik nodig en ruimte om te reflecteren. Ik besloot tot een sabbatical vanaf 1 juni 2023 en bouwde in de eerste maanden van het jaar mijn vrijgevestigde psychiaterpraktijk een heel stuk af. Dankzij de normalisering van de werktijden en aantallen patiënten kwam de lol binnen drie maanden weer terug. De carrièreswitch naar de uitvaartbranche die ik overwoog, was bij nader inzien een heel raar idee. Ik ben psychiater en dat blijf ik.

Toen mijn sabbatical vlak voor de zomer echt begon was ik er een stuk beter aan toe. Niet meer uitgeput, minder geheugenklachten en klaar voor zeven maanden leven zonder lijstjes en vastomlijnde plannen. Het enige wat ik zeker wist, was dat ik wilde schrijven en nieuwe dingen leren. Voor de opleiding wetenschapsjournalistiek (twaalf dagen verspreid over vijf maanden) had ik me al ingeschreven. Verder vertrouwde ik erop dat de dingen zich vanzelf zouden ontvouwen.
De oogst? Meer thuis zijn zonder constante onrust doet mijn gezin en mij goed. Ik speel een nieuw instrument: altsaxofoon, mijn meisjesdroom. Ik schrijf een boek over meesterschap in de psychiatrie waarvoor ik vijftien inspirerende collega’s interview over ons vak. Ik leer heel veel in de opleiding wetenschapsjournalistiek. Ik maakte mijn podcastdebuut. Dat de vluchtmogelijkheid van altijd werken verdwenen is, confronteert mij met de dingen waar ik voorheen liever vandaan bleef. De therapie bij Aerrea kwam daardoor in een stroomversnelling.

En nu is het einde van zeven maanden ontkoppeld leven al nabij. Vanaf 1 februari ga ik weer als psychiater aan de slag. Niet meer in mijn eigen praktijk maar in loondienst bij een kleine instelling waar ik al een paar jaar maandelijks consultaties deed. Ik verheug me erop deel uit te maken van dit gezellige team met bekwame, zorgvuldige, moedige en betrokken psychologen. Ik verheug me er ook op dat iemand anders de deur bewaakt, zodat ik niet voortdurend in mijn eentje worstel met de enorme druk van mensen die GGZ-zorg nodig hebben maar nergens terecht kunnen. En ik verheug me erop minder te gaan werken: drie dagen in plaats van viereneenhalf. Zo houd ik tijd over om te schrijven en saxofoon te spelen, om thuis te zijn en nieuwe dingen te blijven leren.
Nog heel even en dan ben ik er weer. Ik wens iedereen die dit leest gezondheid, rust en liefde toe in 2024. Tot gauw!