Categorie: psychiatrie

  • Sabbatical Arts 1: Nazomer kamperen

    Ik heb We zijn er bijna nog nooit gezien maar denk dat dit er wel op lijkt. De kampeermiddelen staan in een grote rechthoek op het grasveld dus iedereen kan elkaar goed zien. Wie niet op zijn e-bike een práchtige tocht maakt en daar bij terugkomst luidkeels over verhaalt, zit op een luxe standenstoel met inlegkussens voor de caravan te observeren wat er gebeurt op de minicamping. Een koud biertje binnen handbereik.

    Ik pas me gemakkelijk aan. Zo geef ik nieuwe gasten de tip om wat ruimte tussen hun caravan en de heg te laten omdat ze anders geen schaduw hebben. Het is die hele warme septemberweek, maar toch: waar bemoei ik me mee?!

    Heel fijn die grondzeilen in voortenten…

    Er is één andere vrouw met een grote camper. Ze rijdt weg zonder de elektriciteit te ontkoppelen. Iedereen meteen in actie. Ze rennen op hun Crocs achter het ronkende gevaarte aan. Hard slaan ze op de zijkanten om de aandacht van de vrouw te trekken. Tevergeefs, maar de kabel laat soepel los. ‘Geen schade!’ is de opgeluchte conclusie van het Grijze Gilde. Vervolgens draait de dame de verkeerde kant op bij de slagboom, een smal doodlopend weggetje in waar ze niet kan keren. Door de laurierhaag kunnen we niets zien maar dankzij een mannenstem die steeds harder ‘Hooo!’ roept, hebben we toch een beeld van het achteruit manoeuvreren.

    Na een paar dagen besluit ik dat het niet alleen vermakelijk is maar ook wel iets troostrijks heeft. Het echtpaar naast me is tegen de tachtig. In harmonieuze stilte verstrijken hun dagen. Hij leest De Telegraaf, zij maakt een sudoku. Vanmorgen zijn ze naar Albert Heijn geweest. Hun vaste supermarkt want zij komt oorspronkelijk uit de Zaanstreek. Ze nemen samen de nieuwe Allerhande door. ‘Lekker hoor, maar wel zoet allemaal’ hoor ik haar zeggen. Bij de afwas vraagt ze me of ik het programma We zijn er bijna ken. ‘Mijn man en ik zijn vijftien jaar begeleider geweest van die ANWB-reizen. Karel deed de techniek. Kind, wat we niet meegemaakt hebben!’

    Daar heb ik inmiddels wel een voorstelling van.

  • Fraude? Fraude!

    Voor Medisch Contact schreef ik begin deze maand een blog over fraude door zorgverleners. Verbazingwekkend kwam er weinig reactie, terwijl ik zelf behoorlijk geschokt was door de praktijken van deze collega.

  • Gered door agility

    Met onze honden Sky (6, Kooiker) en Coco (3, Bordercollie) loop ik een rondje om de Nedereindse plas. Het miezert licht en is erg rustig. Zoals altijd blijft Coco takjes aanslepen in de hoop dat ik ze ver weg smijt. Sky is meer van het snuffelen en blijft meestal een stukje achter ons. Na een paar seizoenen agility, ben ik dit voorjaar met Sky naar Pre-Obedience overgestapt. Daar heb je meer aan in het dagelijks leven dacht ik.

    Sky, 2e prijs agility gevorderden, KVN seizoen 2022/02

    Een harde plons klinkt. Ik kijk om. Aan de overkant van de brede sloot klimt Sky de oever op. Ik sta paf.
    Onze diva, die alleen tijdens een hittegolf met zijn pootjes het water ingaat en een natte buik afschuwelijk vindt… Hoe vaak heb ik niet als een hysterische troela geprobeerd hem te verleiden om het water in te komen? Kansloos was dat. En nu duikt hij zomaar de sloot in.
    Tussen de koeien (waar hij normaal als de dood voor is) gaat hij in een rechte lijn op zijn doel af. Een koeienvlaai of een dood dier? Ik kan het niet zien maar het is kennelijk onweerstaanbaar.

    Boos stap ik door. Hij zoekt het maar uit. Coco is opgehouden met takken aanslepen en kijkt afwisselend van Sky naar mij. ‘Hij is er zelf ingedoken’, zeg ik tegen haar. ‘Nu mag hij ook zelf terugzwemmen.’ Ze kijkt me meewarig aan alsof ze wil zeggen: geloof je dat zelf?

    Na een minuut begin ik me toch zorgen te maken. ‘Sky! Hier ben ik, kom!’ Hij geeft geen sjoege. Pas als hij klaar is met zijn missie, rent hij terug naar de sloot. Ik probeer zo dicht mogelijk bij het water te komen en moedig hem aan. ‘Toe maar Sky, je kan het! Kom dan’.
    Hij doet nog een paar halfslachtige pogingen om het water in te gaan. Maar hij is weer in zijn default mode: wel luisteren, niet zwemmen. Hij begint te piepen.

    Zal ik zelf de oversteek maken? Als ik mijn schoenen en broek uittrek, hou ik die droog. Maar het is nog koud zo vroeg in het jaar. Er moet een andere oplossing zijn.
    Bruggetjes zijn hier niet, maar in de verte ontwaar ik een soort balk over het water. Ik maan Sky me aan de overkant te volgen. Hij trippelt keurig mee. Als we dichterbij komen, zie ik dat de balk iets smaller is dan de kattenloop bij agility.
    Dan is er een nieuw probleem. Ik kan niet verder omdat de sloot aan mijn kant een zijtak heeft. Maar Sky begrijpt wat het plan is en draaft zelf door naar de balk. Zonder aarzeling stapt hij erop en loopt naar de andere kant. Leve agility!

    Netto zijn we echter niets opgeschoten want nu ligt de zijtak tussen ons. Gelukkig zie ik een soort dammetje in dit slootje dat het waterpeil regelt. Aan een kant staat het water ongeveer een halve meter lager. Het afscheidingsschot heeft een smalle rand van ongeveer vijf centimeter. Als ik een lange stok of stevige tak als steunpunt in de sloot steek, kan ik misschien wel eroverheen lopen.

    ‘Zoek stok’, zeg ik tegen Coco. Ze is blij dat ze ook wat kan doen. Even later komt ze met een flinke boomtak aangesjouwd. Die voldoet.
    Ik maak me wel zorgen hoe ik met Sky in mijn armen over het smalle randje moet balanceren op de terugweg. Maar dan verbaast hij me opnieuw. Voorzichtig zet hij een voorpootje op het randje van de dam.
    ‘Goed zo Sky, we kunnen dit’, roep ik. Vlug zoek ik steun op de steile oever, plant de boomstok in de sloot en buig naar hem toe. De afstand is ongeveer twee meter. Behoedzaam stapt hij op de balk, zijn achterpootjes volgen. Hij lijkt wel Sanne Wevers.

    Coco houdt de wacht. Tijdens de hele operatie heeft ze op geen enkel moment om aandacht gevraagd, maar bleef keurig in de buurt. Ik reik nog wat verder tot ik Sky’s tuigje kan grijpen. Zo begeleid ik hem naar ons toe. Als we met zijn drieën herenigd zijn, bespringt Coco Sky. Met een grote glimlach kijk ik hoe ze blij achter elkaar aanrennen.

    Wat zijn ze toch slim. Agility blijkt vandaag ook heel waardevol in het dagelijkse hondenleven. Al is de vraag of de hele toestand überhaupt was ontstaan als we een carrière binnen obedience hadden gehad.

  • Mijn ego had hem bijna zijn leven gekost

    Fouten maken we allemaal. In de medische wereld is het nog geen gewoonte om daar open over te vertellen. Terwijl je zoveel kunt leren van andersmans fouten. Ik deelde in Medisch Contact de eerste fout uit mijn carrière waar ik echt van wakkergelegen heb. Het is meer dan dertig jaar geleden, dus het lijkt dapperder dan het is. Klik hier om het bericht te lezen.

  • Ontdekking

    Ik lees voornamelijk ’s nachts op mijn e-reader, maar eens per jaar tijdens de boekenweek koop ik een boek van papier. Liefst iets heel nieuws, buiten mijn comfortzone. Een restant uit mijn jeugd toen we wekelijks naar de bieb gingen maar tijdens kinderboekenweek in de boekhandel een boek mochten uitkiezen ‘om te houden’. Mijn vondst van vorige week moet ik echt met jullie delen.

    De terugkeer van de wespendief is de titel van de graphic novel waarmee de Nederlandse Aimée de Jongh in 2014 debuteerde. Ik hou eigenlijk helemaal niet van strips maar dat blijkt een vooroordeel. Het boek gaat over Simon, een boekhandelaar in crisistijd die vreest zijn zaak te moeten sluiten. Als hij getuige is van een zelfmoord triggert dat jeugdherinneringen die hij heel diep weggestopt had. De Jongh illustreert met haar verhaal hoe traumatische ervaringen het leven van mensen kunnen bepalen. Ze gebruikt nauwelijks tekstwolkjes. Dat is ook niet nodig want haar zwart-witte pentekeningen zijn bijzonder veelzeggend. Het is ongelooflijk knap hoe ze tijd, emotie, beweging en perspectief in haar tekeningen weet te leggen. Die beeldtaal is indringend en verleidend. Ik las het boek in een ruk uit. Een tip voor mijn vakgenoten: het is ook bruikbaar als psycho-educatie materiaal bij traumabehandelingen of voor naasten van mensen met traumatische ervaringen.

    Ik heb meteen haar nieuwste boek besteld (Zestig lentes), ook al zo prachtig. Ze blijkt overigens heel bekend (vooral buiten Nederland) en heeft allerlei prijzen gewonnen. Hoe ik haar heb kunnen missen, begrijp ik niet maar ik heb er weer een favoriete schrijver bij. Koop (haar) boeken en ga lezen!

  • Onrustkluis

    Ken je dat? Van plan zijn om op tijd te gaan slapen en dan na 45 minuten niet van de wc kunnen opstaan door een onwaarschijnlijk diep slapend been. Omdat je bleef hangen in het checken van je socials, in mijn geval LinkedIn. Op Radio 1 hoor ik dat sommige middelbare scholen de smartphone volledig in de ban hebben gedaan. Leerlingen praten daar weer met elkaar in de pauze. Ik zie ook een reclame van Xenos voor een ijzeren kooitje met een hangslot eraan, een soort gevangenis voor je telefoon.

    In hoeverre is mijn onrust ook (gedeeltelijk) het gevolg van de continue stroom prikkels via dat schermpje?

    Zo’n kooitje zou ik nooit kopen, maar misschien kan ik een leuk doosje maken voor mijn iPhone. Een half uur later zit ik met pakpapier, schaar en lijm aan de keukentafel een kartonnen doosje te pimpen. Mijn puberzoon komt thuis en trekt zijn linker wenkbrauw op. ‘Het wordt een Onrustkluis,’ leg ik uit, ‘voor mijn telefoon’. Zijn blik spreekt boekdelen. ‘Die van jou mag er ook wel in,’ probeer ik. Hij lacht me vierkant uit. ‘Please mam, je lijkt wel een luizenmoeder.’

    Een handeling van niets, maar het voelt meteen alsof de machtsverhouding omdraait. Ik ben de baas over de smartphone.

    Ik stel vast dat ik beter kan ontspannen met een boek dan door te knutselen. Echt mooi is ie ook niet geworden. Maar ik ben wel blij met mijn Onrustkluis. Ik leg mijn iPhone erin en sluit het doosje. Een handeling van niets, maar het voelt meteen alsof de machtsverhouding omdraait. Ik ben de baas over de smartphone.

    Tijd om de honden uit te laten. Ik luister dan vaak podcasts. Nu ga ik op pad met alleen de huisdeursleutel en poepzakjes. Het regent pijpenstelen. Een van de honden probeert nog een sit-in op de oprit maar ik ben onverbiddelijk. Even verderop passeren we een huis waar twee mannen bezig zijn met het reinigen van de voegen van een gevel. Hun donkere werkkleding glimt van de regen. De een staat bovenop een ladder en legt aan de ander uit waarom het nuttig is dat je op een vast tijdstip gaat slapen. ‘Elke dag, ook in het weekend. En je moet ook precies dezelfde handelingen doen van tevoren’. De ander luistert belangstellend terwijl hij omhoog kijkt vanonder zijn druipende capuchon. ‘Handelingen?’ Geen spoortje dubbelzinnigheid. ‘Een soort slaapritueel. Dat je altijd gaat douchen. Of juist nooit. Dus niet soms wel en soms niet. En zeker géén schermen het laatste half uur, dat is ook echt bewezen. Die blauwe stralen zijn heel slecht voor je hersenen.’

    Het hondenweer, de mannen die aan het werk zijn en hun opgeruimde geklets over leefstijl: het lijkt wel een scène uit Sluipschutters. Ik glimlach en groet ze alsof de zon schijnt. Met Airpods in was me dit vast ontgaan. En dan was deze blog er ook niet geweest.

  • Schaakmoeder in Wijk aan Zee

    Mamarazzi foto van Wesly So in de Spar (2018)

    Wie mij een beetje kent, weet dat ik de tweede helft van januari in Wijk aan Zee bivakkeer. Het Wimbledon van het schaken vindt dan plaats onder de rook van Tata Steel. Mijn zoon doet al jaren mee aan de tienkamp bij de amateurs. Als secondant met een vrij beperkt schaaktalent ben ik van de randzaken. Ik regel het huisje en de dagstructuur. Niet per se mijn hobby maar broodjes halen en de hond uitlaten is in Wijk aan Zee een soort vossenjacht. ‘Wie heb je gespot mam?’ is de standaardvraag als ik terugkom van de Spar. In plaats van het bestuderen van openingen of eindspelen bestaat mijn voorbereiding op Tata uit het leren van de namen bij de foto’s van nieuwe Masters en Challengers.

    Het leuke van schaken is dat je als supporter heel dicht bij komt. Je kunt op vijf meter afstand de partijen volgen. Hoewel de spelers een groot deel van de partij op een stoel achter het schaakbord zitten, lopen ze tussen de zetten door veel heen en weer. Toen mijn zoon tien jaar was, observeerden wij dat nauwgezet. Op het strand deden we dan De Loopjesquiz. Om de beurt imiteerden we een van de topschakers en moest de ander raden van wie dat loopje was. Ook hier was hij beter in dan ik.

    Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay 

    We komen dit jaar aan in Wijk aan Zee op vrijdag de dertiende. Ons vaste huisje was bezet dus heb ik een kamer in Hotel Zeeduin gereserveerd. Maar we moeten eerst naar de Moriaan – de centrale speellocatie van het toernooi – om aan te melden. Vanwege de verwachte storm hangen de vlaggen van de deelnemende nationaliteiten nog niet in de masten. Ze tikken oorverdovend.

    Als we voor Hotel Zeeduin langs rijden, richting de parkeerplaats in de duinen roept mijn zoon: ‘Mam! Vincent Keymer loopt daar! En kijk, Parham Magsoodloo!’ Ze komen uit de hoofdingang van het hotel en lopen richting de Moriaan.

    ‘Dit is alles behalve een ongeluksdag. Ik denk dat ze bij ons in het hotel …’ Maar ik kan mijn zin niet afmaken want hij schreeuwt enthousiast: ‘Daar zit Magnus! En Anish!’ Door het raam van het restaurant zien we de wereldkampioen Magnus Carlsen zitten en vlak ernaast onze Nederlandse trots Anish Giri. Na vijf keer als tweede te zijn geëindigd, zal hij dit jaar eindelijk Tata Steel Chess winnen door een spectaculaire ontknoping op 29 januari. Maar dat weten we nu nog niet.

    We parkeren en gaan met onze bagage naar de receptie. Terwijl we inchecken, komen drie grootmeesters uit India een pakje ophalen: Gukesh, Erigaisi en Baskaran. Die ken ik nog niet, maar zoonlief wel. Ook zij lopen daarna naar buiten, gevolgd door Levon Aronian en een minuut later Max Warmerdam. Check, die herken ik allebei. Ze zijn allemaal op weg naar de officiële opening van het toernooi. Wat een timing! Vanaf het balkon van onze kamer (zowat naast de hoofdingang) zien we dat Magnus Carlsen ruim twintig minuten later dan de rest vertrekt. In een auto, als enige.

    De volgende ochtend ontbijten we tussen de crème de la crème van de topschakers. Omdat het andere grote hotel in het dorp in renovatie is, zit iedereen hier in Zeeduin. Alleen Magnus laat zijn gezicht niet meer zien. Zijn vader en zijn secondant zitten er wel. Die kennen we nog van andere jaren. We veinzen dat dit dagelijkse kost is voor ons en wisselen ondertussen een blik als we weer iemand spotten. Opmerkelijk veel schakers lopen op saunaslippers.  Ook opvallend: ik ben niet de enige schaakmoeder. De Duitser Vincent Keymer en de Oezbeek Nodirbek Abdusattorov zitten ook met hun moeder aan het ontbijt. Vanaf morgen zal Nodirbek aan de leiding staan om op de laatste dag van het tournooi zijn enige verliespartij te spelen tegen het andere Nederlandse kanon: Jorden van Foreest. En daarmee verspeelt Abdusattorov alsnog de titel. Naast die Jorden sta ik op de verse croissantjes te wachten.
    Ik zeg niets. Hij zou me niet geloven.

  • Neem mij net zo serieus als ik jullie

    In mijn fantasie weten psychiaters in academische ziekenhuizen alles van neurotransmitters. Als ik eerlijk ben, kijk ik daarom een beetje tegen ze op. Ik ben perifeer opgeleid in een groot stadspsychiatrisch ziekenhuis. Daar hadden we nauwelijks tijd voor neurotransmittersystemen. Als iemand geen huis meer heeft, diep in de schulden zit en geen sociaal netwerk om zich heen heeft, dan red je het niet met kennis over partiële dopamine D2 agonisten.

    Afbeelding van Carolina Hrejsa via Pixabay

    Misschien is het in de somatische gezondheidszorg anders, maar in de GGZ zitten de meest complexe patiënten meestal niet in de academie maar in de periferie in de grote GGZ-instellingen. En een substantieel deel krijgt behandeling bij vrijgevestigde psychiaters. Daar hebben ze altijd dezelfde behandelaar die als het nodig is langdurig farmacotherapie én psychotherapie kan bieden en korte lijnen heeft met het netwerk om de patiënt. 

    Laatst kwam zo’n complexe patiënt uit mijn eigen praktijk tijdelijk terecht in een academisch ziekenhuis. Een frustrerende ervaring vond ik dat.

    ‘Ik begrijp gewoon niet waarom jullie niet reageerden op mijn pogingen om af te stemmen over de behandeling.’ Ik heb eindelijk een telefonische afspraak met de psychiater in opleiding en diens supervisor. ‘Ik ken deze patiënt al acht jaar. Ik heb jullie gemaild, gebeld, een brief gestuurd. Maar ik kreeg geen reactie. Toen ik destijds in opleiding was in de kliniek, was ik altijd blij als de ambulante behandelaar zelf contact zocht als zijn patiënt opgenomen werd. Twee weken na de zelfmoordpoging die leidde tot deze opname nodigde jullie co-assistent mij per email uit voor een zorgafstemmingsgesprek. Ik zat daar vervolgens voor spek en bonen bij. Daar ben ik boos over en ik heb weinig zin om weer te komen opdraven,’ besluit ik.

    Het is even stil.

    Ik stel me de psychiater en zijn arts-assistent aan de andere kant van de lijn voor. Hoe ze samen in het universitaire ziekenhuis zitten. In een steriele kamer zonder ramen, een iPhone op speaker tussen hen in. Ze stemmen met hun blikken af wie zal reageren.
    De stem van de arts-assistent klinkt. ‘Hoe had het gesprek moeten lopen zodat het wel een goed gesprek voor u was?’

    Nu val ik stil.

    Ik adem diep in en zeg zo beheerst mogelijk: ‘Dat is mijn punt niet’. Rustig blijven nu. Maar ik kan hier heel slecht tegen. Wat zou ik graag tegen de collega psychiater willen zeggen: ‘Leren jullie je assistenten niet meer dat je eerst het gevoel moet reflecteren? ”Goh wat vervelend dat het zo gelopen is, dat spijt me”. Als hij dat had gezegd, dan had ik me gehoord gevoeld. Mijn boosheid zou verdwijnen als een ballon die wegvliegend leegloopt.’

    Dat zeg ik allemaal niet. Ik leg hen uit dat het zorgafstemmingsgesprek in een eenrichtingsstraat plaatsvond. Het ging alleen over hun beleid, niet over hoe we kunnen begrijpen waarom de patiënt die suïcidepoging deed. Volgens mij een cruciale stap die voorafgaat aan het maken van het behandelplan. Maar mijn visie was daarbij kennelijk niet nodig. Als we het gesprek afsluiten voel ik me vermoeid. Er is in ons werkveld al zoveel wat voor negatieve energie zorgt. Als we elkaar dan ook nog eens gaan tegenwerken…

    Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay 

    Waarde collega’s in de academie, zullen we afspreken dat we elkaar gewoon even bellen als we een patiënt van elkaar overnemen? Ik weet misschien niet alles uit mijn hoofd over neurotransmitters maar ik heb een hoop waardevols bij te dragen.

    Dan beloof ik dat ik ophoud met tegen jullie opkijken. (Want ik had natuurlijk gewoon in dat bewuste gesprek moeten zeggen: ‘Volgens mij slaan we een stap over.’)

  • Films die nergens draaien

    Geen groter genot dan verdwijnen in verhalen. Nu ik meer rust heb, lees ik ook weer meer. Dit boek wil ik echt onder jullie aandacht brengen.

    Films die nergens draaien is geschreven door Yorick Goldewijk en won de Gouden Griffel 2022. Het is een jeugdboek over Cato die bij haar geboorte haar moeder verliest en opgroeit bij haar vader. Als lezer voel je aan alles dat hij in de greep is van een depressie. Cato komt in een verlaten bioscoop terecht waar iets geks mee is. Dat is het begin van een avontuurlijke en gevaarlijke zoektocht naar de waarheid over haar moeder. Ze reist door tijd en herinneringen om uit te komen op de plek in haarzelf waar ze ver van wilde blijven. Dan moet ze een keuze maken die haar leven (en dat van haar vader) voorgoed verandert.

    Goldewijk schrijft in heldere taal een prachtig en spannend verhaal. Het leest lekker weg en is nergens pathetisch. Maar lieve hemel, wat roept het veel gevoelens op. Het boek gaat over vriendschap en verlies, over trauma en veerkracht en over liefde en hoop.

    Wat er in het verhaal gebeurt, deed mij denken aan imaginaire rescripting. Dat is een behandeltechniek die veel in schemagerichte behandelingen wordt gebruikt. Als er trauma’s of ingrijpende levensgebeurtenissen zijn, ga je met imaginaire rescripting op een andere manier kijken naar de herinneringen. Je verandert de betekenis van de herinnering en je krijgt de mogelijkheid om gevoelens en behoeftes te uiten of dingen te doen die je toentertijd moest onderdrukken. Je maakt in je verbeelding een ander einde dat je je ook concreet voorstelt. Het is een ongelooflijk krachtige techniek, qua effect vergelijkbaar met EMDR (een andere meer bekende traumabehandeling).

    Lezen dus, liefhebbers van (jeugd)literatuur en (trauma)therapeuten.

  • Smerige schaamte

    Liever luisteren dan lezen? Dat kan ook:

    BRN buisjes

    Halverwege de warming-up ga ik bijna onderuit. Op de donkere houten vloer ligt iets slijmerigs. Frappant dat ik het niet gezien heb toen ik mijn plekje koos. Gelukkig is het niet superdruk. Ik stap snel een meter naar voren.

    Het is 2 januari, kwart over tien. De sportschool ademt goede voornemens. Ik niet, ik ga gewoon door met gezonde routines. Het is vakantie dus vandaag pik ik een lesje BRN mee. Een lekker actieve les waar je je armbewegingen extra aanzet door twee met grind gevulde buisjes mee te bewegen.

    Gadverdamme! Als ik weer bijna uitglij, zie ik op de grond waar ik sta te springen een glazige melkkleurige slijmmassa. Met stukjes. Dit moet dus onder mijn schoenen vandaan komen. De vrouw achter mij ziet het en kiest snel een plek aan de andere kant van de zaal. Ook links en rechts van me nemen mensen meer afstand. Het is dat ik inmiddels vuurrood ben door de inspanning, maar anders had mijn schaamte daar wel voor gezorgd.

    Vanmorgen was ik aan de late kant. Daarom nam ik de auto en trok thuis alvast mijn sportschoenen aan. Binnenschoenen noemden we dat vroeger. Die mocht je onder geen beding buiten dragen. Maar ja, principes vervliegen en ik ben inmiddels op alle vlakken eigen baas. Ik vrees dat ik bij het uitstappen niet goed heb gekeken en in nieuwjaarskots van een comazuipende puber ben getrapt.

    Ik scan de grote sportzaal. Een jaar geleden waren hier vakken op de vloer getaped waar je niet buiten mocht tijdens de les. Per vier had je een eigen spuitbus met poetspapier. Maar die zijn nergens meer te bekennen. Verlangend naar een onzichtbaarheidsmantel sprint ik slalommend tussen de dames de zaal uit. Op de trap vraagt iemand: ‘Zo, ben je het nu al zat?’ Ik mompel iets ontkennends. Op de WC op de eerste etage maak ik mijn schoenen schoon en pak ik toiletpapier.

    Ik weet hier blind de weg maar anders had ik het spoor in de gang naar de BRN-les terug kunnen volgen. Quasi nonchalant poets ik de viezigheid van de vloer, vraag me af wat het precies is en zorg ervoor dat ik niemands blik kruis in de spiegel. Alsof er niets gebeurd is, ga ik door met springen, draaien en grind laten klinken in de buisjes. Maar de schaamte laat me niet los. Wat zouden ze allemaal denken?

    Aan het eind van de les loop ik naar de stellage om de buisjes terug te leggen. Dan zie ik een hoopje kots op de vloer ervoor. Dezelfde substantie als de zooi onder mijn schoenen. Het kwartje valt.

    Hoe kan het dat ik het niet gezien heb? Dat niemand het gezien heeft? Of liep iedereen er weer gewoon omheen, de andere kant opkijkend, ervan uitgaand dat iemand anders de shit wel opruimt? ‘Het is immers niet mijn kots.’

    Ik loop naar de instructeur om het te melden. En eerlijk gezegd ook om mezelf vrij te pleiten: het waren niet mijn binnenschoenen die vuil van buiten meenamen. Samen ruimen we het op. ‘De brokjes zijn aardappelen en groente’, stelt ze vast. Dat verklaart waarom het zo plakkerig is: door het ontbindende zetmeel. Vreemde voedingskeuze trouwens voor een ochtendtraining.

    In de auto denk ik aan de mensen in mijn spreekkamer die vaak worstelen met schaamte. Het is zo’n ingewikkelde emotie. Zelfs bij dit futiele kots-incident kon ik me er niet tegen wapenen. Het had me vandaag niet beschermd tegen de schaamte, maar ik maak alsnog een goed voornemen: niet meer met mijn sportschoolschoenen buiten lopen.