Categorie: psychiatrie

  • Kruisende lijnen

    Mijn vriendinnen hebben allemaal al een beste vriendin. Daar zoek ik ze op uit.
    Ruimte en vrijheid heb ik nodig. In alles. In mijn relatie en gezin, mijn werk en zeker ook in vriendschappen. De angst om geclaimd te worden zit diep.        
                   Helen ken ik een jaar of acht. Zij doet ook niet aan besties.  Maar dat wist ik toen nog niet. We wonen in dezelfde wijk. Onze kinderen – vrijwel even oud – zaten op verschillende scholen. Toch kwamen we elkaar keer op keer tegen. Eerst langs de lijn van het voetbalveld waar onze zonen ontdekten dat ze andere talenten hebben. Later bij de muzieklokalen op de vierde verdieping van het theater waar mijn zoon en haar dochter samen pianosport hadden.
                   Dertig minuten samen wachten. Bij ieder ander zou ik snel een boodschap zijn gaan doen. Met Helen was het babbelen gemakkelijk en ongedwongen. Bijzonder, want ik ben daar niet goed in. Op die gang tussen de houten geluidswerende deuren van de lokalen en de glazen gevel met uitzicht op het plein, ontdekten we een gedeelde liefde voor de tassen van Hester van Eeghen en de schoenen van Jan Jansen.
                   Volgens mij schoot het zaadje van onze vriendschap wortel op een mooie woensdagmiddag in juni. Ik weet niet meer wie het voorstelde maar na de laatste les pianosport, zaten we nog een uurtje op het terras van de Burgemeester. ‘Zullen we in de vakantie een keer bij ons barbecueën?’ vroeg ze toen we naar de fietsen in de ondergrondse stalling liepen. ‘Ja leuk!’ En ik dacht: bedoelt ze met de gezinnen of wij samen? Sinds mijn studietijd had ik geen nieuwe vriendinnen gemaakt. Zou Helen een vriendin kunnen worden? Mijn hart ging op een kier.

    ‘Tassen en schoenen, daar begon het mee’, weet Helen als we na Zumbales onze herinneringen aan de eerste ontmoeting delen in mijn tuin. ‘De lijnen bleven elkaar kruisen. Het ging allemaal heel organisch’. Daarbij kwam samen sporten en de interesse in elkaars werk en ontwikkeling. ‘Maar jij bent misschien van nature wat meer uit op verdieping’ oppert ze. Die zin blijft hangen. Het klopt. Het raakt me dat Helen dat ziet.

    De ontkiemde belofte van acht jaar geleden is niet volledig tot wasdom gekomen. Helen is inmiddels een goede vriendin, maar ik realiseer me dat het vleugje ongemak dat ik vaker tegenkom in vriendschappen, ook bij ons voor afstand zorgt. Het zit in mij denk ik. Het verlangen naar een zielsverwant aan wie ik mij kan tonen, conflicteert met mijn gesloten binnenwereld en de overtuiging dat de ander niet op mijn zwaarte zit te wachten.

    Als ik dat nou eens met haar zou delen. 

  • Iets anders

    Deze keer deel ik iets heel anders met jullie. Voor een opdracht in mijn schrijfcursus moest ik een stukje schrijven over een recept dat ik graag maak. Ben benieuwd naar jullie reacties.

    Champignonkaastaart

    Al meer dan dertig jaar verblijf ik in de grote multomap met recepten. Ondanks dat ik geperforeerd ben met zeventien gaatjes, lig ik er los in. Samen met een hele stapel geschreven en uitgescheurde Allerhande recepten. Een tijdje zat ik in het zichtmapje Favoriete recepten dat wel in de ringband vastzit. Ze is goed in het bedenken van systemen maar slecht in het hanteren.

    Ik begon als maagdelijk wit gelinieerd blaadje. Ze beschreef me met haar lievelingsrecept toen ze op kamers ging. Inmiddels ben ik vergeeld met vettige vlekken. Ik lig tijdens het koken vaak op het aanrecht, dan krijg je dat.

    Cassandra is geen sterrenchef maar heeft met mij wel regelmatig indruk gemaakt. De eerste keer weet ik nog heel goed. Ze woonde in een studentenhuis op de Joh de Bekastraat en had mij uitgekozen voor een etentje met Joep. Als eerstejaars was ze onverschrokken afgestapt op de James Dean van de geneeskundefaculteit. Vind je het leuk om een keer bij mij te komen eten? Ik begrijp niet wat haar bezielde maar was met haar eens dat ik de goede keuze ben voor dit klusje. Niet te moeilijk maar wel verassend.

    Het duurt nog twee uur voor Joep komt. In de ranzige studentenkeuken kneedt ze met koele hand –  dat vertel ik haar – de kwark met olie en bloem tot een soepel deeg. Uit haar kamer schalt We’ve got to let love rule van Lenny Kravitz.
    Vervolgens maakt ze de vulling. De geur van uitgebakken spekblokjes, knoflook en gefruite ui trekt door het studentenhuis en maakt van de keuken een magneet voor haar huisgenoten. Terwijl Cassandra champignons, verse peterselie en basilicum erbij gooit, giechelen en dollen de meiden. Ze zijn vervuld van een mix van ontzag en medelijden. Die jongste huisgenoot durft. Maar zou die Joep wel echt komen?
    Niet te lang bakken maar wel zorgen dat het vocht verdampt, instrueer ik. Ondertussen de eieren loskloppen met slagroom, peper en Worcestershiresaus. Het cruciale ingrediënt. Ze schept de helft van de oude kaas erdoor, mengt het met het champignonmengsel en giet alles in de springvorm. De andere helft van de kaas komt erbovenop.

    ‘Is ie er nog niet?’ Laura gaat voor de vierde keer naar de WC. ‘Als ie niet komt, eet ik wel mee!’ Ze glimlacht verlekkerd. Joep is al een kwartier te laat. Zo meteen is de taart klaar. Ik weet dat die koud ook lekker is, dus daar maak ik me geen zorgen over. Ik vraag me wel af hoe Cassandra zo zeker weet dat die jongen komt. Dat kan nog behoorlijk pijnlijk worden.

    Vier uur later zitten de dames in de GeRu. Joep is net vertrokken. Ze zijn het eens. Hij is echt knap. En out of her league. Maar hij vond de taart zo lekker dat hij mij meenam. Cassandra belooft haar huisgenoten om mij terug te halen. Volgende week gaat ze speciaal voor hen opnieuw champignonkaastaart maken.

  • Bewust

    Als psychiater maak ik er vaak gebruik van. Mensen dagelijks bepaald gedrag laten noteren. Zelf ken ik het van de periodes waarin ik probeer af te vallen. Alleen al het feit dat je elke dag iets opschrijft over je eetpatroon, je angsten of waar je blij mee bent, maakt dat iets verandert.

    Voor mijn cursus Autobiografisch Schrijven moet ik deze week elke avond terugkijken op de dag aan de hand van drie vragen. Wat heeft je verrast? Waardoor werd je geraakt? En wat heeft je geïnspireerd?

    Maandag vertrekken we voor een midweek aan de Reeuwijkse plassen. Ik neem altijd veel te veel mee om te lezen en te doen. Ik kom hoogstens aan een kwart toe. Wat heb ik last van de driekwart waar ik niets mee gedaan heb. Elke vakantie opnieuw.

    Ik besluit vooraf te kiezen wat thuis mag blijven. Er gaan twee boeken mee in plaats van zes. Drie spellen in plaats van zeven. De modulewijzer blijft thuis, het dagboek niet. Ik doe vooraf boodschappen zodat ik op vakantie niet naar de supermarkt hoef.

    Binnen een uur na aankomst zit ik met Zondagskind – een van de twee boeken – en een kopje verse muntthee op ons terras. De zon schijnt en ik kijk uit over het water. Zo simpel kan het zijn. Het zet de toon voor de week.

    Vandaag lees ik de antwoorden terug op de vraag wat me verraste, raakte en inspireerde. Ik zie een duidelijke lijn. Het thema in mijn leven is momenteel keuzes maken.

    De keuze om niet alles alleen te doen. Om hulp te vragen. De ander toe te laten. Ik was vermoeid deze vakantie en ik wilde een avond vroeg naar bed. Het is mijn taak om de honden uit te laten voor het slapen gaan. Zal ik aan mijn lief vragen of hij het deze keer over wil nemen? Terwijl ik dat overwoog, vroeg hij: ‘Zal ik de honden doen?’ Ik dwong mezelf om ‘Ja graag, dank je’ te zeggen in plaats van ‘Nee hoor, lukt wel’.

    De tweede keuze is om voor mezelf en mijn rust te kiezen. Mijn grenzen aan te geven. Nee te zeggen. Uit te spreken wat ik nodig heb. Woensdag deed ik geheel tegen mijn gewoonte overdag een dutje op de bank. Ik oefende de vraag voor mijn zoon in mijn hoofd voor ik hem met moeite uitsprak. ‘Wil jij even een deken voor me pakken?’ Hij kwam me heerlijk toedekken met zijn eigen dekbed.

    Onderzoeken hoe ik mijn werk minder belastend kan maken, is de derde keuze waar ik voor sta. Want ik werk te hard en dat wil ik anders. Bovendien wil ik meer ruimte om te schrijven. Na een gesprek op het terras van een strandtent met drie vriendinnen, voelde ik me geïnspireerd om een reflectie over mijn invulling van mijn praktijk te schrijven.

    Bewust worden en vervolgens er iets mee doen. Zo simpel is het.

    Zou het?

  • Het hoeft niet

    Lieve Cassandra,

    Tot jou spreekt je bijna vijftigjarige zelf. In de cursus autobiografisch schrijven heb ik de opdracht gekregen om jou een brief te schrijven. Er is zoveel dat ik je wil meegeven en tegelijkertijd aarzel ik. Welke invloed zou het hebben op je levensloop als iemand rond je zeventiende dit had verteld? Laten we het gedachtenexperiment maar aangaan.

    Ik ken ons inmiddels. De beste zijn, dat wil jij. In alles. Laten we vaststellen dat je daar behoorlijk goed in bent. Het lijkt je nauwelijks moeite te kosten. Je veert op als je wekker gaat en glimlacht om de radio-DJ die in het item Wat Moet Ik Aan Vandaag kleding noemt die jij niet in de kast hebt hangen. Vol energie vlieg je op je fiets naar school. Je doet mee in de lessen, bent populair en haalt hoge cijfers. Leraren glimlachen als ze je een poging tot keten zien doen. Na school heb je het druk. Maandag en donderdag hockeytraining. Op woensdagmiddag geef je training aan jongens D1. Op zaterdag speel je je wedstrijd met de A1 en op zondag zit je op de bank bij Dames 1. Je zit op stijldansen en je speelt tenorblokfluit in een kwartet. Je hebt een leuk vriendje. Je beste vriendin Juul ken je sinds je tiende en jullie zitten nog steeds bij elkaar in de klas. Dat was bijna anders gelopen.

    Een jaar geleden kreeg je Pfeiffer. De tweede helft van de vijfde klas was je ziek thuis. Na de eerste weken waarin je je heel ellendig voelde door de hoge koorts, vond je het eigenlijk wel best. Juul kwam vaak even langs na school. Je leerde jezelf gitaar spelen. Keek uren naar Roland Garos en de Tour de France. Niet meer racen van hot naar her beviel je. Je bedacht dat je vijf gymnasium zou overdoen en wilde een achtste vak erbij kiezen voor de uitdaging. Toen je na de zomervakantie op school kwam, bleek dat iedereen ervan uitging dat je gewoon eindexamen zou doen. In sneltreinvaart haalde je op eigen houtje de vijfde klas stof in. Ik verklap vast dat je cum laude gaat slagen en je wordt meteen ingeloot voor geneeskunde. Geluksvogel. Want er is een ding dat je nog liever wil dan de beste zijn: psychiater worden.

    Weet je nog dat je bij de beroepskeuzetest in de derde voor de grap allerlei gekke dingen invulde? Je wist namelijk al wat je zou worden. Zoals een sculptuur aanwezig is in een stuk steen. In een sollicitatie noem je het ooit een roeping. Maar de weg die je nog te gaan hebt, is helaas niet vlak. 

    Wat is het jammer dat niemand door dat charmante pantser van je kijkt. Je sluimerende somberheid is een onzichtbare schaduw. Jij bent je daar vagelijk bewust van. Ik weet nu dat achter de façade van het zondagskind een somber en onzeker meisje zit. Zo verstop jij je. Je definieert jouw positie in de groep. Door de leiding te pakken creëer je helderheid voor jezelf. Het maakt je leven voorspelbaar. Paradoxaal genoeg waan je je ook gezien door het applaus dat je oogst.

    Ik kan je geruststellen. Je gaat psychiater worden. Een goede ook. De beste die jij kan zijn. Maar je zult je schaduw niet kunnen ontlopen. Ook voor jou zijn grenzen aan wat je kan. Je zult jezelf teleurstellen. Ontdekken dat je eigenlijk het liefst op jezelf bent. Geen hoogleraar worden. Maar – dat zal je verbazen – wel moeder. In die rol zal je grootste uitdaging liggen. Je gaat ontdekken dat het niet draait om de beste zijn. Goed genoeg is meer dan voldoende.

    Wat zou ik graag met je op de bank gaan zitten in mijn tuin. Je laten voelen hoe kalmerend de natuur is voor jouw onrustige geest. Je laten voelen dat je een innerlijk kompas hebt, dat je vertelt wat goed voor jou is. Je verlangen om psychiater te worden komt uit dit kompas. Dat je zo’n goede zult zijn, is mede het gevolg van de moeilijke jaren die je gaat hebben tussen je 30e en 40e. Ik zou ze je willen besparen, maar ik wil ze je ook niet afnemen. Want ook die maken je tot wie je gaat worden.

    Je kan het allemaal. Maar het hoeft niet. En alles komt goed.

    Cassandra

  • Weinig heilig

    Nog een uurtje en dan verzamelen we in het buurthuis. Ik kijk naar mezelf in de spiegel en strijk over de satijnen bandjes die op mijn witte jurk gestikt zijn. Mama heeft er weken aan gewerkt. Mijn vingers tasten langs mijn ingevlochten haar met de verse seringen erin. Onder mijn nieuwe sandalen zit een heel klein hakje. Ik voel me mooi en groot.

    Wij geloven niet in God. Maar papa en mama vinden het goed voor een kind om één keer in je jeugd centraal te staan. En het is ook niet leuk voor me als ik de enige uit de klas ben die niet meedoet. We vieren thuis niet zo vaak feesten. Toen mijn ouders twaalf en een half jaar getrouwd waren, is de enige keer die ik me herinner. Net als toen staan er overal stoelen en tafeltjes in de tuin. De zon schijnt door de seringenboom.

    ‘Even opletten nu jongens. De rij begint hier. Anouk en Ronald voorop.’ Juffrouw Pasmans noemt de namen van mijn klasgenoten in koppeltjes. Ik ben de laatste, want mijn achternaam begint met de Z. Ik moet uitgerekend naast Thomas Witteplas lopen in de processie. Met zijn rode haar en sproeten. Hij is de enige jongen die geen lange broek aan heeft. Ook ik zie er anders uit dan de meeste meisjes uit mijn klas. Ze hebben lange jurken met Holly Hobbie kapjes op het hoofd en bijpassende tasjes. Mijn vriendin Josefien is ervoor naar Duitsland geweest.

    De kerk van het Zwarte Kruis ligt precies tegenover onze school. Daarom start de processie vanuit het buurthuis. Er staan veel mensen langs de route. Als ze maar niet denken dat ik op Thomas ben. Bij het derde liedje mag ik met een tamboerijn de maat aangeven. Ik sta op het altaar tussen Robbie en Peter die bekkens tegen elkaar aan slaan. Ik probeer niet te schrikken van het harde geluid. Dat ziet er niet leuk uit, zei de juf bij het oefenen.

    ‘Neemt en eet dit brood, want dit is mijn lichaam’. In de klas hebben we gerepeteerd voor de communie. Linkerhand tot een kommetje vormen. Rechterhand onder de linker vouwen. Devoot kijken. Dat vind ik een mooi woord. Geen oogcontact. Ik sta achter Josefien. ‘Lichaam van Christus‘, prevelt meneer pastoor. Met zijn rechterhand pakt hij een stukje brood uit de grote glimmende kelk die de misdienaar naast hem vasthoudt en legt het in haar kommetje. Dan ben ik. ‘Lichaam van Christus’. Verbaasd kijk ik naar het flinterdunne vierkante stukje ijswafel in mijn linkerhand. Het is helemaal geen brood. Met mijn rechterduim en wijsvinger pak ik de hostie en leg hem op mijn tong. Niet kauwen nu. De hostie verandert in een klef lapje dat tegen mijn verhemelte plakt. Ik slik. Het blijft zitten. Terwijl ik naar mijn stoel terugloop, kijk ik naar de grond. Met mijn tongpunt probeer ik de randen los te wurmen.  Het smaakt naar niets. Of kan dat niet? Smaakt iets altijd ergens naar?

  • Luxepaard? Ammehoela!

    Zijn vrijgevestigde psychiaters luxepaarden die de krenten uit de pap pikken? En veel geld verdienen met lichte problematiek? Echt niet! Het beeld is volkomen onterecht maar hardnekkig. In deze column op medischcontact.nl lees je hoe ik daarover denk.

  • Zoveel te doen

    Het is zondag. Alles is mogelijk want de geplande wandeling met Lies gaat niet door. Niemand verwacht wat van mij vandaag. Dat is het allermooiste cadeau dat ik me kan indenken. Vrije ruimte, de belofte van wat zou kunnen zijn. Als lenteknoppen die op springen staan. Ik verheug me.

    Maar zie me hier nu zitten. Nog geen uur nadat Lies appte dat ze toch andere plannen had gemaakt. Ik heb de eettafel ingenomen met alles wat ik zou kunnen en willen doen. De zaterdagkrant. Een studieboek voor mijn werk over traumabehandeling. Big magic, een boek over de kunst van creatief leven dat ik voor een cursus moet lezen. Mijn dagboek. Een schrijfopdracht. Een idee voor een column.

    Straks zal ik balen dat er zo weinig uit mijn handen kwam.

    Dan had ik beter toch kunnen gaan sporten. Of wandelen. Of met de honden trainen. Een goed gesprek met mijn man voeren. Mijn ouders bellen. Of mijn belangstelling tonen voor Temptation Island waar mijn pubers naar kijken. Hoewel, dat laatste betreur ik eigenlijk niet.

    Zoveel te doen. Altijd. Zolang ik me herinner.

    Verstond ik maar de kunst om me te vervelen. Om overdag op bed te gaan liggen. Luisteren naar een boek of gewoon slapen. Zoals mijn man. Die is daar heel goed in. Dat is al bijna dertig jaar een eigenschap waaraan ik me irriteer. Ook niet de oplossing van mijn probleem dus.

    Ik zou de innerlijke rust willen hebben van een zenboeddhist. Accepteren dat wat ik allemaal wil in mijn leven niet realistisch is. Ik zou kiezen voor wat ik echt wil op basis van mijn diepste verlangens en de rest loslaten. Ik zou verdragen dat dat onrust geeft, maar die onrust niet de kans geven om me van mijn pad te lokken.

    Zucht. Nog veel te doen voor ik daar ben.

  • Dag Elin

    Ik maak indrukwekkende dingen mee als psychiater. Over euthanasie in de psychiatrie schreef ik deze blog. Over Elin, die niet meer kon en wilde leven. Lees de blog die in Medisch Contact verscheen hier.

  • Mijn flapuiterige zelf

    Wat werkt in een behandeling? Wat maakt deze succesvol? Vaak zijn dat heel andere dingen dan de psychiater zelf denkt. Deze casus is daar een illustratie van. Lees hem op Medisch Contact.

  • Pillen, niet praten

    Soms moet je niet beginnen aan een behandeling. Sommige patiënten die bij mij komen, hebben al verschillende collega’s versleten. Ik waak er dan voor om weer een rondje om dezelfde kerk te rijden. Op de website van Medisch Contact schreef ik daar deze blog over.